Ontslag van een statutair bestuurder

1-4-2019

Vorige week werd er een presentatie gegeven over het ontslaan van een statutair bestuurder. Aan het ontslag van een statutair bestuurder kleven namelijk nogal wat haken en ogen. Met name de formele stappen die genomen moeten worden om een bestuurder te ontslaan leveren in de praktijk nogal wat problemen op.

Bij het ontslag van een statutair bestuurder wordt er dan ook gesproken van een duaal systeem. Er moeten namelijk twee wegen bewandeld worden: de arbeidsrechtelijke en de vennootschapsrechtelijke hindernissen. De grootste vennootschapsrechtelijke hindernissen worden in dit artikel besproken bij het ontslag van een statutair bestuurder.

Bijeenroepen van de vergadering

Bij het vennootschapsrechtelijke ontslag vloeit een belangrijk struikelblok meestal voort uit de statuten. In veel statuten staat een bepaling als deze:
‘Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls daartoe door het bestuur wordt opgeroepen. Het bestuur is tot zodanige oproeping verplicht wanneer één of meer aandeelhouders en/of andere vergadergerechtigde, ten minste een honderdste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigende, zulks schriftelijk (…) verzoekt.’

Er wordt aangenomen dat in de meeste gevallen de bestuurder ontslagen zal moeten worden door de vergadering van aandeelhouders. Het voorgaande betekent in de praktijk dat de aandeelhouders een vergadering moeten houden waarin zij het besluit nemen om de bestuurder te ontslaan. Echter zal de vergadering bijeengeroepen dienen te worden door het bestuur als collectief. Als het bestuur uit één of twee bestuurders bestaat ontstaat daar een probleem. De enig bestuurder zal naar alle waarschijnlijkheid niet mee willen werken aan zijn eigen ontslag, die zal dus geen brieven gaan versturen. Ook in een tweekoppig bestuur levert het feit dat er één op de wipstoel zit een probleem op. Die kan namelijk in zijn eentje het bestuursbesluit blokkeren om de aandeelhouders bijeen te roepen, met als gevolg dat de andere het niet in zijn eentje kan. Indien het bestuur weigert een vergadering bijeen te roepen, hangt het af van de statuten of één van de aandeelhouders in dat geval de bevoegdheid krijgt om de vergadering bijeen te roepen. Is dat niet het geval, dan zullen de aandeelhouders zich tot de rechter moeten wenden om een vergadering bijeengeroepen te krijgen.

Het belang van het correct bijeenroepen is groot. Als de vergadering namelijk niet correct bijeengeroepen is, bestaat het gevaar dat het besluit om de bestuurder te ontslaan niet aan de wettelijke eisen voldoet en daarmee nietig of vernietigbaar is. In dat geval is de bestuurder nooit ontslagen met alle gevolgen van dien. Voorafgaand aan het ontslag goed de statuten lezen is dan ook het advies.

Voorvragen
Er zijn nog meer belangrijke zaken om rekening mee te houden. Voorafgaand aan het ontslag van een statutair bestuurder zouden in ieder geval de volgende vragen beantwoord moeten worden:
1. Is er sprake van een NV of een BV?
2. Wie is er op grond van de wet/statuten bevoegd tot benoeming van de bestuurder?
3. Is er een rechtsgeldig benoemingsbesluit genomen?
4. Heeft de bestuurder een arbeidsovereenkomst of een managementovereenkomst?
5. Is er een rechtsgeldig bezoldigingsbesluit genomen?
6. Is er een ondernemingsraad ingesteld? Is de vennootschap hiertoe gehouden?
7. Als er een ondernemingsraad is, dient deze in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen over het voorgenomen besluit tot ontslag van de bestuurder op grond van artikel 30 WOR?
8. Stellen de statuten eisen aan het benodigde aantal stemmen. Moet er sprake zijn van een grote meerderheid of een volstrekte meerderheid? Zijn er bepalingen met betrekking tot een quorum opgenomen?
9. Op welke wijze dient er op grond van de statuten gestemd te worden?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Eefje van den Broeck via: broeck@gdo.nl