Verrekening van smartengeld bij agenten niet (altijd) toegestaan

13-5-2019

Agenten kunnen tijdens hun werkzaamheden te maken krijgen met dienstongevallen, waardoor zij blijvend letsel oplopen. Is dat het geval, dan kan een agent bij het politiekorps aanspraak maken op een smartengeldvergoeding. Dit is geregeld in artikel 54a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) en in de Regeling smartengeld dienstongevallen politie.

Ook kunnen agenten in de uitoefening van hun functie worden geconfronteerd met heftige incidenten. Deze incidenten kunnen zo schokkend zijn dat agenten een blijvende beroepsziekte oplopen, bijvoorbeeld een post traumatische stress stoornis (PTSS). In dat geval kan een agent ook een aanvraag indienen om een smartengeldvergoeding van het politiekorps te verkrijgen. Ook dit is geregeld in artikel 54a Barp en is verder uitgewerkt in de Regeling vergoeding beroepsziekten politie.

Maximumbedrag

Een agent kan dus meerdere smartengeldvergoedingen ontvangen. Bijvoorbeeld: indien een agent blijvend fysiek letsel door een dienstongeval heeft opgelopen en vervolgens een blijvende beroepsziekte oploopt die is veroorzaakt door een ander incident. In dat geval dienen er twee smartengeldvergoedingen te worden uitgekeerd.

In artikel 54a Barp staat echter beschreven dat smartengeld uitsluitend wordt vergoed tot een maximumbedrag. Dit artikel wordt strikt door het politiekorps uitgelegd. Volgens het politiekorps kan het totaalbedrag van verschillende smartengeldvergoedingen nooit meer bedragen dan dit maximumbedrag. Is dit het geval, dan mag volgens het politiekorps deze smartengeldvergoedingen met elkaar worden verrekend en worden ‘afgetopt’. Klopt deze opvatting van het politiekorps? Nee, zegt de Rechtbank Noord-Holland. In ieder geval niet in alle gevallen.

Uitspraak Rechtbank Noord-Holland

Kort gezegd, ging het in deze zaak om een agent die in 2006 slachtoffer is geworden van een dienstongeval en daaraan blijvend fysiek letsel heeft overgehouden. Hij heeft vervolgens een smartengeldvergoeding ontvangen ter hoogte van € 68.067,50.

Ook is sprake geweest van vier incidenten, die blijvende PTSS hebben veroorzaakt. Een van die incidenten betrof bovengenoemd dienstongeval uit 2016. Deze agent zou daarom ook nog recht hebben op smartengeld in verband met deze beroepsziekte. Deze agent is vervolgens volledig arbeidsongeschiktheid geraakt, waardoor het maximumbedrag aan smartengeld moet worden uitgekeerd. Het politiekorps heeft dit maximumbedrag vervolgens toegekend, maar deze verrekend (verminderd) met het eerdere toegekende smartengeld van € 68.067,50. In dit geval was deze verrekening niet toegestaan, aldus de Rechtbank Noord-Holland.

De rechtbank stelde vast dat uit de Regeling vergoeding beroepsziekten politie volgt dat per aanvraag (om smartengeld vergoed te verkrijgen) de maximale uitkering kan worden toegekend. Deze regeling heeft dit wel willen beperken. In de toelichting van deze regeling staat over deze beperking het volgende beschreven:

““Wanneer er ten gevolge van één incident of meerdere overeenkomstige incidenten sprake zou zijn van het oplopen van meerdere beroepsziekten, zal het maximum uit te keren bedrag nooit meer kunnen zijn dan het in artikel 54a van het besluit genoemde bedrag. Wanneer er ten gevolge van één incident of van meerdere overeenkomstige incidenten sprake zou zijn van een beroep op beide onder artikel 54a van het besluit vallende regelingen, zal het maximum uit te keren bedrag nooit meer bedragen dan het in artikel 54a van het besluit genoemde bedrag.”

In de zaak van deze agent gold deze beperking echter niet. De rechtbank stelde vast dat de eerder toegekende smartengeldvergoeding van het dienstongeval uit 2006 enkel zag op invaliditeit als gevolg van lichamelijk letsel. De beroepsziekte PTSS was daarentegen veroorzaakt door vier incidenten, waarbij is vastgesteld dat het eerdere incident (het dienstongeval) uit 2016 de PTSS niet in overwegende mate heeft veroorzaakt. Nu dit volgens de rechtbank niet is komen vast te staan, mag de tweede smartengeldvergoeding niet worden beperkt en niet worden ‘afgetopt’. De rechtbank merkt daarbij ten overvloede nog op dat de Regeling vergoeding beroepsziekten politie ook geen mogelijkheid tot verrekenen biedt. Kortom, verrekening van smartengeld bij politiemensen is dus niet altijd toegestaan.

Uitspraak Rechtbank Noord-Holland d.d. 22 maart 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:2296

Heeft u vragen of behoefte aan deskundig advies? Neem contact op met Wouter Dieks: dieks@gdo.nl