Woningcorporatie maakt misbruik van recht

Het uitgangspunt is dat een persoon die een bepaalde bevoegdheid heeft, deze ook mag gebruiken. Vanzelfsprekend is dat recht begrensd als het gebruik van die bevoegdheid op misbruik neerkomt. Dat de andere partij er last heeft van iets is niet genoeg, voor misbruik is méér nodig. Als er echter sprake van is, dan mag de bevoegdheid niet meer gebruikt worden. Zo mocht de woningcorporatie in de casus hierna ondanks een rechterlijk vonnis niet executeren.

Wat is misbruik van recht? Uit artikel 13 lid 2 BW volgt dat dit het geval kan zijn als een persoon het betreffende recht met géén ander doel gebruikt dan de ander te schaden. Ook wanneer de bevoegdheid met een ander doel dan waarvoor zij is verleend wordt gebruikt of als er een zodanige onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat is geschaad, dat in redelijkheid niet tot die uitoefening gekomen had kunnen worden. De kwalificatie van misbruik heeft verstrekkende gevolgen. De persoon kan zijn bevoegdheid niet meer uitoefenen ofwel kan als hij dat toch doet schadeplichtig worden.

In een (niet gepubliceerde) zaak die speelde voor de voorzieningenrechter bij de rechtbank Gelderland (d.d. 9 juli 2018, 7048437) werd het een woningcorporatie verboden om tot ontruiming van een huurder over te gaan, terwijl de corporatie over een rechtsgeldig ontruimingsvonnis beschikte.

De omstandigheden waren als volgt. Eerder was in een (verstek)vonnis de huurovereenkomst ontbonden en was de huurder veroordeeld om het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen. De huurder moest de achterstallige huur betalen en was hij veroordeeld in de proceskosten.

Op de dag van de geplande ontruiming heeft de huurder de deurwaarder gevraagd hoe hij de ontruiming kon voorkomen. Dat was als hij het gehele openstaande bedrag zou voldoen. Het is de huurder gelukt de volledige vordering te betalen zoals die op dat moment zonder voorbehoud door de deurwaarder in overleg met de woningcorporatie was begroot. Vervolgens is van de ontruiming afgezien. Er was verder geen specificatie van de vordering of de kosten opgemaakt. Nadien is er nog e-mailcontact geweest tussen de huurder en de deurwaarder in verband met de nieuwe huurtermijn. Het was de huurder niet duidelijk of die in het door hem betaalde bedrag was begrepen, hij had immers geen specificatie gehad. Toen dat niet het geval bleek, heeft de huurder de lopende huur alsnog betaald.

Achteraf bleek dat de vordering te laag was begroot door de woningcorporatie en er een klein bedrag openstond. De corporatie heeft de huurder niet eerst gesommeerd dit bedrag te betalen, maar heeft met het eerdere vonnis in de hand direct opnieuw de ontruiming aangezegd. Pas na zijn verzoek daartoe ontving de huurder een specificatie en raakte hij op de hoogte dat er nog een klein bedrag openstond.

Naar het oordeel van de kort geding rechter maakte de woningcorporatie in dit geval zonder twijfel misbruik van haar bevoegdheid om tot executie van het eerdere vonnis over te gaan. De huurder had bij de eerste aangezegde ontruiming immers het volledige, op die dag door de corporatie zelf opgegeven bedrag betaald. Daarna was de huurder niet in de gelegenheid gesteld het (geringe) openstaande bedrag alsnog te betalen. Aangezien er geen enkel voorbehoud was gemaakt bij de eerste ontruiming, had de corporatie op zijn minst een nieuwe ingebrekestelling moeten sturen. Onder deze omstandigheden was sprake van misbruik van recht. De voorzieningenrechter verbood het de corporatie om die reden het eerdere vonnis te executeren. Daarvoor was een nieuwe procedure nodig. Hieruit blijkt wel dat misbruik van recht is een sterk middel waarmee zelfs de executie van een vonnis kan worden verboden.

Maakt uw wederpartij ook misbruik van zijn recht en wilt u daar iets tegen doen? Neem dan contact op met Farah Aarts (024–3608768 / aarts@gdo.nl)