Uitkering van de gemeente betekent niet automatisch recht op partneralimentatie

3-6-2019

Regelmatig komt het voor dat na een scheiding een van de partijen voor zijn of haar inkomsten afhankelijk is van een uitkering (Participatiewet) van de gemeente. Met een uitkering op het sociale minimum is de gedachte logisch dat er dan ook vast een verplichting is voor de ex-partner om een financiële bijdrage aan de uitkeringsgerechtigde te betalen. In de praktijk ligt dit toch genuanceerder en loont het steeds vaker om verweer te voeren tegen een alimentatieverzoek. Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (23 april 2019) bevestigt dat.

In deze zaak dient de vrouw bij de rechtbank een verzoek om partneralimentatie in met als onderbouwing dat zij daar behoefte aan heeft omdat zij voor haar inkomen afhankelijk is van een uitkering (op grond van de Participatiewet). De rechtbank wees het verzoek af omdat het onvoldoende gemotiveerd was. De vrouw gaat in hoger beroep en stelt dat zij om medische redenen niet in staat is om te werken en niet zelf in haar behoefte kan voorzien. Als onderbouwing voert zij aan een uitkering op grond van de Participatiewet en toeslagen te ontvangen, en bovendien door de gemeente te zijn vrijgesteld van haar sollicitatieplicht.

Het Gerechtshof overweegt dat de vrouw onvoldoende inzage heeft gegeven in haar inkomsten en uitgaven, en ook niet in haar (on)mogelijkheden om arbeid te verrichten. Uit de stukken die zijn overlegd kan alleen worden afgeleid dat de vrouw een uitkering van de gemeente heeft ontvangen, maar dat brengt niet zonder meer met zich dat zij daarmee voldoende heeft aangetoond dat zij in redelijkheid niet voldoende inkomsten kan verwerven om in haar levensonderhoud te voorzien. Dat zij door de gemeente is vrijgesteld van een sollicitatieplicht maakt dat niet anders. Uit vaste jurisprudentie volgt namelijk dat de alimentatierechter ten opzichte van de uitkeringsinstantie een zelfstandig toetsingskader heeft wat betreft de inspanningsverplichting van de onderhoudsgerechtigde.

Ook de stelling van de vrouw dat zij om medische reden niet kan werken is onvoldoende onderbouwd. De gemeente mag dan bij de beoordeling in het kader van de Participatiewet wel die mening hebben gehad, de alimentatierechter maakt hierin een eigen zelfstandige beoordeling. Het Gerechtshof oordeelt dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat zij om medische reden niet zou kunnen werken. Ook het gegeven dat de vrouw de zorg voor de kinderen heeft is geen reden om thuis te blijven en niet te werken. De zorg voor tieners staat het verrichten van arbeid niet in de weg.

Voor het Gerechtshof staat vast dat door de vrouw geen inspanningen zijn verricht om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Het Gerechtshof vindt dat de vrouw niet heeft aangetoond dat zij onvoldoende inkomsten heeft en de vrouw heeft ook niet aangetoond dat zij deze in redelijkheid niet kan verwerven. De vrouw heeft onvoldoende inzicht verschaft in haar financiële positie en in haar mogelijkheden om in haar eigen behoefte te voorzien. Het Gerechtshof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Het verzoek om partneralimentatie wordt afgewezen.

Opnieuw een uitspraak waaruit volgt dat er wel degelijk zware eisen worden gesteld aan alimentatieverzoeken. Iets om rekening mee te houden als u een verzoek wilt gaan indienen, maar zeker ook als u daar juist verweer tegen wilt voeren.

Heeft u vragen of wilt u vrijblijvend advies? Neem gerust contact op met Gijs Emons; emons@gdo.nl