Verschoonbare termijnoverschrijding voor ambtenaren

29-5-2019

Bezwaar maken

Bestuursorganen (o.a. gemeenten, ministeries, nationale politie) kunnen besluiten nemen waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Soms is een bestuursorgaan ook een werkgever. Zo is bijvoorbeeld de gemeente werkgever van gemeenteambtenaren, het ministerie van rijksambtenaren en de nationale politie van politieambtenaren. Ook deze overheidswerkgevers kunnen besluiten nemen over de rechtspositie van hun ambtenaar, waartegen de ambtenaar vervolgens bezwaar kan maken. De bezwaartermijn bedraagt zes weken.

Deze bezwaartermijn is keihard. Is een ambtenaar te laat met het indienen van een bezwaarschrift, dan kan de ambtenaar dit besluit in principe niet meer met succes aanvechten. Het bezwaarschrift wordt dan niet-ontvankelijk verklaard. Er geldt een uitzondering. Indien een bezwaarschrift te laat wordt ingediend, maar er kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat de bezwaarmaker niet in verzuim is, dan dient het bezwaarschrift alsnog inhoudelijk beoordeeld te worden.

Bezwaarclausule

De gevolgen van het niet tijdig indienen van een bezwaarschrift kunnen dus erg groot zijn. Om die reden dient de overheidswerkgever onder een besluit een bezwaarclausule te zetten. Vaak gebeurt dit in de zogenaamde ‘kleine lettertjes’. In deze bezwaarclausule moet vermeld worden dat tegen dit besluit bezwaar kan worden ingesteld, door wie dit kan worden ingesteld, binnen welke termijn en bij wie dit moet worden ingediend. De ambtenaar kan dus op de hoogte zijn van deze bezwaartermijn.

Salarisstroken

Ook een salarisstrook is voor de ambtenaar een besluit waartegen bezwaar gemaakt kan worden. Het gebeurt echter vaak dat een overheidswerkgever geen bezwaarclausule onder haar salarisstroken zet, maar bijvoorbeeld volstaat met een vermelding hierover op intranet.

Maar wat nu als er geen bezwaarclausule onder een salarisstrook wordt gezet en de ambtenaar is daardoor te laat met het maken van bezwaar? In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechterlijke instantie in ambtenarenzaken, was dit onlangs het geval.

Uitspraak Centrale Raad van Beroep

In deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ging het om een ambtenaar die het niet eens was met zijn salarisstrook. Deze ambtenaar had echter pas vele maanden later bezwaar gemaakt. De bezwaartermijn was toen al lang verstreken. Er stond echter geen bezwaarclausule in de salarisstrook. Deze termijnoverschrijving was volgens de ambtenaar dan ook het gevolg van het ontbreken van de bezwaarclausule.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontbreken van een bezwaarclausule in beginsel tot een verschoonbare termijnoverschrijding leidt, indien de ambtenaar daarop een beroep doet en stelt dat de termijnoverschrijding daarvan het gevolg is. Wel oordeelde de Centrale van Beroep dat een termijnoverschrijding in het algemeen niet verschoonbaar is in de gevallen dat de ambtenaar wist dat hij binnen een bepaalde termijn bezwaar moest maken. Van bekendheid met de termijn kan in beginsel volgens de Centrale Raad van Beroep verder worden uitgegaan indien de ambtenaar al voor afloop van de termijn werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Een professionele rechtsbijstandverlener beschikt immers over deze vereiste kennis.

In deze zaak had de ambtenaar destijds nog geen professionele rechtsbijstandverlener ingeschakeld. Dit kon de ambtenaar dus niet worden tegengeworpen. Wel had de overheidswerkgever informatie over het indienen van bezwaar tegen salarisstroken op intranet gezet, maar dit was volgens de Centrale Raad van Beroep ontoereikend om een onverschoonbare termijnoverschrijding aan te nemen. Ook het lange tijdsverloop (tussen het einde van de bezwaartermijn en het indienen van het bezwaar) en het gegeven dat deze ambtenaar tegen een ander besluit (waarin wel een bezwaarclausule stond vermeld) wel tijdig bezwaar had gemaakt, vormden hierin geen rol van betekenis. In deze zaak oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaarschrift ten onrechte door de overheidswerkgever niet-ontvankelijk is verklaard.

Er zijn dus uitzonderingen mogelijk op de regel dat tijdig bezwaar moet worden ingediend, maar dit luister toch nauw. Het is daarom beter om geen enkel risico te lopen en op tijd bezwaar te maken.

Uitspraak Centrale Raad van Beroep d.d. 16 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1663

Heeft u vragen of wilt u vrijblijvend advies? Neem gerust contact op met Wouter Dieks; dieks@gdo.nl