Weigeren pleitnota: geen schending van het recht op een eerlijk proces

 3-7-2019

De Nieuwe zaaksbehandeling

Vanaf 1 januari 2012 behandelen bestuursrechters hun zaken via een ander model, namelijk de Nieuwe zaaksbehandeling. Het doel van de Nieuwe zaaksbehandeling is oplossingsgerichtheid. Het uitgangspunt is om zaken sneller op zitting te laten komen, maatwerk te leveren en bovenal om het geschil tussen partijen definitief te beslechten.

De zitting

De bestuursrechter heeft daarbij een actieve rol. Op de zitting wordt door de bestuursrechter besproken wat de beste behandeling van de zaak voor partijen is. De rechter gaat met partijen in gesprek en stelt vragen. De bestuursrechter heeft daarbij niet enkel aandacht voor een strikte juridische benadering van de zaak, maar er wordt eveneens aandacht besteed aan het onderliggende conflict én de manier om dit conflict definitief op te lossen. Ook alternatieve wijze van geschillenbeslechting kunnen door de bestuursrechter worden besproken, zoals een mogelijke schikking of een medationtraject.

De behandeling op de zitting is veranderd. Voorheen mochten beide partijen veelal aan de hand van een pleitnota om de beurt hun standpunten weergeven. Er werden dus pleitnota’s overhandigd die vervolgens door de partijen werden voorgedragen. Daarna stelde de bestuursrechter pas vragen. Dit is vrijwel niet meer het geval. Bestuursrechter kunnen op een zitting zelfs weigeren om een pleitnota in ontvangst te nemen. Is dat laatste niet in strijd met het recht op een eerlijk proces?

Recht op een eerlijk proces

De Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in onder andere ambtenarenzaken, heeft hierover onlangs een uitspraak gedaan. In deze zaak ging het om een ambtenaar die op de zitting bij de rechtbank Den Haag van de rechters geen pleitnota mocht overleggen. Deze ambtenaar was het daarmee niet eens. Volgens deze ambtenaar was daardoor geen sprake meer van een eerlijk proces. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter anders.  Dat de ambtenaar haar pleitnota niet heeft mogen overleggen, betekent niet dat sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces. Volgens de Centrale Raad van Beroep is immers gebleken dat deze ambtenaar op de zitting wel in de gelegenheid is gesteld om haar standpunt mondeling toe lichten, waarvan ook gebruik is gemaakt.

De Centrale Raad van Beroep was dus helder. Het recht op een eerlijk proces was in deze zaak niet geschonden.

Heeft u vragen of wilt u vrijblijvend advies? Neem gerust contact op met Wouter Dieks; dieks@gdo.nl

Uitspraak Centrale Raad van Beroep d.d. 23 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2002